Een kunstharsvloer is geen enkel product, maar een opgebouwde vloerafwerking. De juiste keuze begint bij gebruik, ondergrond en omgeving en wordt daarna vertaald naar bindmiddel, laagopbouw, textuur en detaillering.
Vier herkenbare systeemfamilies
- Kunstharsgebonden gietvloer: een uit één of meer lagen opgebouwde, vloeibaar aangebrachte eindafwerking met kunsthars als bindmiddel.
- Vloercoating: een relatief dunne kunstharslaag die wordt gerold of verdeeld en eventueel wordt ingestrooid.
- Troffelvloer: een mortel van kunsthars en minerale toeslag die handmatig wordt verdeeld en verdicht.
- Siergrindvloer: een gespaande decoratieve afwerking van granulaten en bindmiddel, met een open of nader dichtgezet oppervlak.
Specificeer prestaties, geen materiaalnaam alleen
Leg vast welke mechanische, chemische, thermische, hygiënische, elektrische, esthetische en onderhoudsprestaties nodig zijn. Benoem ook stroefheid, afschot, vloeistofbelasting, UV-belasting, kleur, glans, textuur, verwacht verkeer en de gewenste levensduur. Een generieke aanduiding als “epoxyvloer” zegt daar onvoldoende over.
Ondergrond en detaillering
De hechting en het uiterlijk worden mede bepaald door sterkte, vochttoestand, vlakheid, scheuren, vervuiling en beweging van de ondergrond. Voegen, goten, kolommen, plinten, deuropeningen en overgangen moeten onderdeel zijn van het ontwerp. Een hechtende kunstharslaag kan beweging uit de ondergrond niet vanzelf opheffen.
Van product naar compleet systeem
Beoordeel primers, schraaplagen, mortel- of gietlagen, instrooimaterialen en toplagen als één compatibele opbouw. Gebruik de actuele systeemdocumentatie van één verantwoordelijke systeemleverancier of laat compatibiliteit aantoonbaar onderbouwen.
Bronnen en status
- Technisch Bureau Afbouw – richtlijnen en aanbevelingen voor vloeren
- MAPEI – Mapefloor resin flooring, installatiehandleiding
- FEICA – Europese model-EPD’s voor reactieharsproducten
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 8 augustus 2026.
Dit artikel geeft algemene vakinformatie. Productspecificaties, veiligheidsbladen, prestatieverklaringen en projectspecifiek advies blijven leidend.