Een cementgebonden gietdekvloer wordt als vloeibare specie aangebracht en met beperkte verdichtingsenergie verdeeld. Het vloeibare karakter maakt de vloer nog niet vanzelfnivellerend onder alle omstandigheden en vervangt een doordacht ontwerp niet.
Toepassingsvormen
Cementgebonden gietdekvloeren kunnen, afhankelijk van product en ontwerp, direct op een draagvloer, op een scheidingslaag of als zwevende vloer op isolatie worden toegepast. Ook vloerverwarming kan in de opbouw worden opgenomen. Egalisatielagen vallen niet automatisch onder hetzelfde toepassingskader als een dragende of belastingverdelende dekvloer.
Specificeren vanuit het gebruik
De actuele TBA-Aanbeveling 110 vraagt om gewenste prestaties vanuit gebruik en vloerafwerking te bepalen. Alleen een druksterkte noemen is onvoldoende. Denk ook aan buigtrekgedrag, indrukking, vlakheid, droging, oppervlak, belasting, isolatie, vloerverwarming en geschiktheid voor lijm of afwerking.
Product en vloersysteem onderscheiden
NEN-EN 13813 heeft betrekking op eigenschappen en classificatie van dekvloermateriaal. De prestatie van een gerede vloer hangt daarnaast af van draagvloer, scheidings- of isolatielaag, laagdikte, detaillering, verwerking, klimaat en ingebruikname. Een prestatieverklaring voor de mortel is daarom niet hetzelfde als een ontwerpverklaring voor het volledige vloersysteem.
Actuele publicatiestatus
TBA-Aanbeveling 110 is de opvolger van CUR-Aanbeveling 110. Gebruik bij nieuwe projecten de door Technisch Bureau Afbouw beheerde uitgave en controleer of een recentere versie of correctie beschikbaar is.
Bronnen
- Technisch Bureau Afbouw – TBA-Aanbeveling 110, Gietvloeren met cement als bindmiddel.
- NEN – NEN-EN 13813:2002.
- NEN – NEN 2742:2007 voor zwevende dekvloeren.
Bronnen en publicatiestatus gecontroleerd op 8 augustus 2026. Classificatiewaarden en uitvoeringsgrenzen moeten in de volledige aanbeveling en projectdocumentatie worden geraadpleegd.